schrijver
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schrij·ver
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schrijver | schrijvers |
| verkleinwoord | schrijvertje | schrijvertjes |
Zelfstandig naamwoord
schrijver m
- een persoon die schrijft
- (beroep) een persoon die beroepsmatig schrijft
- Mijn buurman is schrijver.
Hyponiemen
- columnschrijver, griezelschrijver, jeugdboekenschrijver, romancier, sprookjesschrijver, thrillerschrijver
Verwante begrippen
Vertalingen
2. een persoon die beroepsmatig schrijft
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.