schraal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schraal
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen schraal schraler schraalst
verbogen schrale schralere schraalste

Bijvoeglijk naamwoord

schraal

  1. armzalig, minimaal
    Door de droogte was er maar een schrale oogst.
  2. onaangenaam uitdrogend
    Hij zocht beschutting van de schrale wind.
  3. uitgedroogd, geïrriteerd
    Zij smeerde wat balsem op de schrale plekken op haar handen.
Vertalingen