schoonvader
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: schoonvader (hulp, bestand)
- IPA: /ˈsxomvadər/
Woordafbreking
- schoon·va·der
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schoonvader | schoonvaders |
| verkleinwoord | schoonvadertje | schoonvadertjes |
Zelfstandig naamwoord
schoonvader m
- (familie) de vader van de huwelijkspartner
Antoniemen
1. de vader van de huwelijkspartner
|