schoonheid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: schoonheid (hulp, bestand)
- IPA: /'sxon.ɦɛjt/
Woordafbreking
- schoon·heid
Woordherkomst en -opbouw
| 1 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | schoonheid | - |
| verkleinwoord | - | - |
| 2 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | schoonheid | schoonheden |
| verkleinwoord | schoonheidje | schoonheidjes |
Zelfstandig naamwoord
schoonheid v
- de hoedanigheid prachtig en aantrekkelijk te zijn
- iemand (in het bijzonder een vrouw) die schoonheid bezit
Synoniemen
Antoniemen
- [1] lelijkheid
Vertalingen
1. de hoedanigheid prachtig en aantrekkelijk te zijn
|
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.