schoffelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schof·fe·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| schoffelen |
schoffelde |
geschoffeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
schoffelen
- (landbouw) onkruid verwijderen met een schoffel
- Hij is bezig de tuin te schoffelen.