schiuma

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Italiaans

Uitspraak
  • IPA: /ˈskjuː.ma/
Woordafbreking
  • schiu·ma
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Laatlatijnse schuma, dat ontleend is aan een Germaanse taal. Vergelijk bijv. het Nederlandse schuim.
enkelvoud meervoud
schiuma schiume

Zelfstandig naamwoord

schiuma v

  1. schuim
    «Secondo il mito, la dea Venere nacque dalla schiuma di mare.»
    Volgens de mythe is de godin Venus geboren uit het zeeschuim.
  2. uitschot
    «Quella schiuma mi ha rubato la macchina!»
    Dat uitschot heeft mijn auto gestolen!
Synoniemen
Afgeleide begrippen