schitteren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: schitteren (hulp, bestand)
Woordafbreking
- schit·te·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| schitteren |
schitterde |
geschitterd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
schitteren
- (inergatief) een sterk licht verspreiden
- Die ring schitterde wel heel erg.
- (inergatief) opvallen
- Hij schitterde door niet naar de rechtbank te komen.
Uitdrukkingen en gezegden
- [2]: schitteren door afwezigheid
Vertalingen
1. een sterk licht verspreiden
2. opvallen
schitteren door afwezigheid
|