schil
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schil
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schil | schillen |
| verkleinwoord | schilletje | schilletjes |
Zelfstandig naamwoord
- (meestal makkelijk te vervormen) buitenlaag van bepaalde vruchten of knollen.
- Een appel met schil eten kan geen kwaad als het fruit goed gespoeld wordt.
- shell
- Met Windows werd bovenop DOS een grafische schil geplaatst.
- elektronenschil.
Verwante begrippen
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| schillen |
schil
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schillen
- Ik schil.
- gebiedende wijs van schillen
- Schil!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schillen
- Schil je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.