schil

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[1] Schillen (van appels).

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schil
enkelvoud meervoud
naamwoord schil schillen
verkleinwoord schilletje schilletjes

Zelfstandig naamwoord

schil v/m

  1. (meestal makkelijk te vervormen) buitenlaag van bepaalde vruchten of knollen
    Een appel met schil eten kan geen kwaad als het fruit goed gespoeld wordt.
  2. shell
    Met Windows werd bovenop DOS een grafische schil geplaatst.
  3. elektronenschil
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schillen

schil

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schillen
    Ik schil.
  2. gebiedende wijs van schillen
    Schil!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schillen
    Schil je?

Meer informatie