scheuren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scheu·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
scheuren
scheurde
gescheurd
zwak -d volledig

Werkwoord

scheuren

  1. (overgankelijk) in twee of meer delen trekken
    De aardschok scheurde het huis in tweeën.
    Het huis werd door de aardschok in in tweeën gescheurd.
  2. (ergatief) langs een inkeping in twee of meer delen uiteenvallen
    De muur scheurde van boven naar beneden.
    Die muur is lelijk gescheurd.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

scheuren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord scheur
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen