scheur
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- scheur
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | scheur | scheuren |
| verkleinwoord | scheurtje | scheurtjes |
Zelfstandig naamwoord
- een kloof in een vlies of weefsel
- Er zat een scheurtje in zijn jas.
Vertalingen
1. een kloof in een vlies of weefsel
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| scheuren |
scheur