schetsen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schet·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schetsen
/'sxɛt.sə(n)/
schetste
/'sxɛts.tə/
geschetst
/ɣə.'sxɛtst/
zwak -t volledig

Werkwoord

schetsen

  1. met een minimum van pennenstreken een voorlopige en gewoonlijk uitwisbare afbeelding van iets maken
    De schilder schetst eerst het portret van de jonge vrouw om er vervolgens in olieverf een schilderij van te maken.
  2. in overdrachtelijke zin: een korte maar rake beschrijving van iets geven
    Hij schetst een wel erg somber beeld van de toekomst.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

schetsen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord schets