scherpte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scherp·te

Werkwoord

vervoeging van
scherpen

scherpte

  1. enkelvoud verleden tijd van scherpen
    Ik scherpte.
    Jij scherpte.
    Hij, zij, het scherpte.