schending
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schen·ding
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van schenden met het achtervoegsel -ing [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schending | schendingen |
| verkleinwoord | schendinkje | schendinkjes |
Zelfstandig naamwoord
schending v
- het schenden van iets, het inbreuk maken
- Dat is een schending van mijn privacy!
Verwante begrippen
Hyponiemen
- auteursrechtenschending, bestandsschending, grensschending, knapenschending, mensenrechtenschending, normschending, privacyschending, sabbatschending, sabbatsschending, wetschending
Vertalingen
1. het schenden van iets