scheidsrechter
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- scheids·rech·ter
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | scheidsrechter | scheidsrechters |
| verkleinwoord | scheidsrechtertje | scheidsrechtertjes |
Zelfstandig naamwoord
scheidsrechter m
- lid van een scheidsgerecht
- (sport) iemand die bij wedstrijden het toezicht houdt op de naleving van de spelregels
- Dit doelpunt werd door de scheidsrechter afgekeurd.
- De scheidsrechter staakte de wedstrijd toen hij weer werd uitgemaakt voor hondenlul.
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.