schaduw
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- scha·duw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schaduw | schaduwen |
| verkleinwoord | schaduwtje | schaduwtjes |
Zelfstandig naamwoord
- een slechts door indirect zonlicht beschenen oppervlak
- Ik sta in de schaduw van de boom.
- een donkere vorm op muur, schildering of grond
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een slechts door indirect zonlicht beschenen oppervlak
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| schaduwen |
schaduw
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schaduwen
- Ik schaduw.
- gebiedende wijs van schaduwen
- Schaduw!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schaduwen
- Schaduw je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.