schaduw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een schaduw.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scha·duw
enkelvoud meervoud
naamwoord schaduw schaduwen
verkleinwoord schaduwtje schaduwtjes

Zelfstandig naamwoord

schaduw v/m

  1. een slechts door indirect zonlicht beschenen oppervlak
    Ik sta in de schaduw van de boom.
  2. een donkere vorm op muur, schildering of grond
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schaduwen

schaduw

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schaduwen
    Ik schaduw.
  2. gebiedende wijs van schaduwen
    Schaduw!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schaduwen
    Schaduw je?

Meer informatie