schaats
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schaats
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schaats | schaatsen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
- een ijzer dat onder de schoenen wordt gebonden of aan de schoenen is vastgemaakt, om zich daarmee over het ijs te verplaatsen
Vertalingen
1. een ijzer dat onder de schoenen wordt gebonden of aan de schoenen is vastgemaakt, om zich daarmee over het ijs te verplaatsen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| schaatsen |
schaats