schaakstuk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schaak·stuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schaakstuk schaakstukken
verkleinwoord schaakstukje schaakstukjes

Zelfstandig naamwoord

schaakstuk o

  1. een onderdeel van het schaken dat over het schaakbord bewogen wordt
    Een toren en een paard zijn belangrijke schaakstukken.
Vertalingen

Meer informatie