sauvegarde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sau·ve·gar·de

Niet in de woordenlijst van de Taalunie

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sauvegarde sauvegardes
verkleinwoord sauvegardetje sauvegardetjes

Zelfstandig naamwoord

sauvegarde v / m

  1. document waarmee een bepaalde groep mensen of instellingen door een hoge autoriteit zoals de koning, werd gevrijwaard van plundering of brandschatting
    sauvegarde bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Synoniemen
Verwante begrippen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie


Frans

Werkwoord

vervoeging van
sauvegarder

sauvegarde

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van sauvegarder
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van sauvegarder
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van sauvegarder