samenhangen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·men·han·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
samenhangen
hing samen
samengehangen
klasse 7 volledig

Werkwoord

samenhangen

  1. (inergatief) in onderling verband met elkaar staan
    De eerste hoofdstukken van dit boek lijken wat warrig maar later blijken ze juist zeer sterk samen te hangen.
Vertalingen