rust
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rust
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rust | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- een tijdloze toestand van kalmte en beheersing die niet wordt verstoord door onverwachte bewegingen of geluiden, en die geen bedreigingen kent
- We hadden het hele eiland voor ons alleen, wat een paradijselijke rust.
- een tijdelijke toestand van ontspanning en herstel na arbeid, moeite of inspanning
- Na zo'n avontuur komt men maar langzaam tot rust.
- een periode van weinig of geen activiteit, van ontspanning, bezinning en herstel
- Een mens heeft minstens acht uur rust per dag nodig.
- (sport) een onderbreking van een wedstrijd voor ontspanning en herstel
- Na de rust werden geen doelpunten gemaakt.
- (muziek) een moment of periode in een muziekstuk waarin één of meer instrumenten geluidloos zijn
- In deze passage hebben de blazers het moeilijk, er komt geen tel rust in voor.
Synoniemen
- [1] gemak, kalmte, sereniteit, stilte, vredigheid
- [2] bijkomen, herstel, ontspanning
- [3] herstelperiode
- [4] pauze, rustpauze
Antoniemen
- [1] activiteit, beweging, drukte, kabaal, ongedurigheid, storm, stress, woede
- [2] continudienst, doorwerken, nachtwerk, overwerken
- [3] werktijd
- [5] geluid, toon
Afgeleide begrippen
- [1] gerust,geruststellen, nachtrust, rustig, rustoord
- [2] nachtrust, onrust, rusteloosheid, rusten, ruststroom, ruststand, rusttoestand, rustverstoring, uitgerust
- [3] rustdag, rusthuis, rustkuur, rustoord, rustperiode, rustplaats, rustsignaal, rusttijd
- [5] rustteken
Verwante begrippen
- [1] kerkhof, paradijs
- [2] bijkomen, dutje, inactiviteit, onbelast, slaap, stand-by, uitblazen
- [3] adempauze, emeritaat, herstelperiode, middagpauze, pensioen, vakantie
- [4] onderbreking
Typische woordcombinaties
- [1]: met rust laten
laten betijen, z'n gang laten gaan
- [2]: tot rust komen
bedaren
- [2]: eeuwige rust
dood
- [3]: in rust
passief zijn, stand-by zijn
- [3]: in ruste
niet meer werkzaam zijn
Uitdrukkingen en gezegden
- [2]: rust noch duur hebben
- [2]: rust roest
Vertalingen
1. tijdloze toestand van kalmte
2. een tijdelijke toestand van ontspanning na arbeid, moeite of inspanning
4. pauze in een wedstrijd
5. moment van stilte in muziek
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rust | rusten |
| verkleinwoord | rustje | rustjes |
Zelfstandig naamwoord
- (techniek) een steunpunt voor hand of voet
- De motorrijder staat tijdens de veldrit op de voetrusten.
- (scheepvaart) een stevige klamp of brede rand die buitenboord op dekhoogte van een zeilschip is aangebracht, om er het want aan te bevestigen
- De bevestigingspunten (puttings) voor de wanten zijn op de rust aangebracht.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
- [1] handrust, voetrust, zwaardrust
Verwante begrippen
- [1] handgreep, handsteun, leuning, leunspaan, step, voetsteun
- [2] boord, doodshoofd, jufferblok, putting, puttingijzer, talreep, want, wantspanner
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| rusten |
rust
Engels
Werkwoord
rust