rugzakreiziger
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rug·zak·rei·zi·ger
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rugzakreiziger | rugzakreizigers |
| verkleinwoord | rugzakreizigertje | rugzakreizigertjes |
Zelfstandig naamwoord
rugzakreiziger m
- iemand die met alleen een rugzak rondreist
- De absurde wereld van de rugzakreiziger.