rubber

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rub·ber
enkelvoud meervoud
naamwoord rubber rubbers
verkleinwoord rubbertje rubbertjes

Zelfstandig naamwoord

rubber o

  1. een uit het sap van de rubberboom vervaardigd elastisch materiaal
  2. (verkleinwoord) een stukje materiaal uit rubber of een ander elastisch materiaal vervaardigd.
  3. (materiaalkunde) een klasse gecrosslinkte polymere materialen boven hun glaspunt
  4. een condoom
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen