ruïneerden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ruï·neer·den, ru·ineer·den

Werkwoord

vervoeging van
ruïneren

ruïneerden

  1. meervoud verleden tijd van ruïneren
    Wij ruïneerden.
    Jullie ruïneerden.
    Zij ruïneerden.