rozijn
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ro·zijn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rozijn | rozijnen |
| verkleinwoord | rozijntje | rozijntjes |
Zelfstandig naamwoord
rozijn
- een gedroogde druif.
- Ik eet vaak rozijnen.
Vertalingen
1. een gedroogde druif