rouwden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rouw·den

Werkwoord

vervoeging van
rouwen

rouwden

  1. meervoud verleden tijd van rouwen
    Wij rouwden.
    Jullie rouwden.
    Zij rouwden.