roosteren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- roos·te·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| roosteren |
roosterde |
geroosterd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
roosteren
- (overgankelijk), (kookkunst) in de gloed van een vuur of andere warmtebron gaar laten worden