ronselen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • ron·se·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ronselen
ronselde
geronseld
zwak -d volledig

Werkwoord

ronselen

  1. (overgankelijk) iemand aanwerven voor dienst in het leger of aan boord van een schip
    Hij liet zich ronselen en belandde zo op Java.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen