ronken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ron·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ronken
ronkte
geronkt
zwak -t volledig

Werkwoord

ronken

  1. het maken van een aanhoudend geluid dat het midden houdt tussen zoemen en sputteren
    Die auto verderop staat al de halve dag te ronken.
  2. bovengenoemd geluid produceren tijdens het slapen
    Hij ligt wel erg hard te ronken.
  3. diep slapen
    Tijdens dat lawaai vannacht heb jij gewoon liggen ronken hè?
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen