ronken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈrɔŋ.kə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈrɔŋ.kə(n)/
- (Limburg): /ˈrɔŋ.kə(n)/
Woordafbreking
- ron·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ronken |
ronkte |
geronkt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
ronken
- het maken van een aanhoudend geluid dat het midden houdt tussen zoemen en sputteren
- Die auto verderop staat al de halve dag te ronken.
- bovengenoemd geluid produceren tijdens het slapen
- Hij ligt wel erg hard te ronken.
- diep slapen
- Tijdens dat lawaai vannacht heb jij gewoon liggen ronken hè?
Synoniemen
- [2] snurken
Vertalingen
1. het maken van een aanhoudend geluid dat het midden houdt tussen zoemen en sputteren
2. bovengenoemd geluid produceren tijdens het slapen
3. diep slapen