romanschrijver
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ro·man·schrij·ver
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | romanschrijver | romanschrijvers |
| verkleinwoord | romanschrijvertje | romanschrijvertjes |
Zelfstandig naamwoord
romanschrijver m
- (beroep), (letterkunde) een mannelijke persoon die romans schrijft
- De Noorse romanschrijver Jonas Lie, die sinds jaren te Parijs woont, zal daar op 6 November 1903 zijn 70ste verjaardag vieren.
Synoniemen
- romancier
- romanschrijfster (vrouwelijke vorm)
Hyponiemen
Vertalingen
1. een mannelijke persoon die romans schrijft