- [2]: Afgeleid van [1], naar de roestachtige aantasting van het blad.
- [3]: Afgeleid van [1], naar de roodbruine kleur ervan.
- [4,5]: Mogelijk verwant met rusten.
- [6]: Waarschijnlijk afgeleid van [4].
roest
- m of o een rood- of bruingele bedekking aan de oppervlakte van ijzer die ontstaat door aantasting door de zuurstof van de lucht
- Hij was de roest aan het wegpoetsen toen ik thuiskwam.
- (biologie), (schimmels) m een schimmel behorende tot de Urediniomycetes, een klasse binnen het rijk van de Fungi, behorend tot de stam van Basidiomycota
- Roesten veroorzaken ziekten bij planten; deze schimmels tasten het blad aan en komen onder andere voor op granen, gras en prei.
- m een roestkleur
- Deze vogel heeft te veel roest op de vleugels.
- m een rustplek voor hoenders, een kippenhok
- De hoenders gingen op den roest.
- (jachttaal) m het nachtleger van vliegend wild, met name van kraaiachtigen
- Er zijn een aantal roesten in deze streek, waar je roeken kunt aantreffen.
- (jachttaal) m uitwerpselen van met name patrijzen bij hoopjes, bij de gulplaats
2. schimmel behorende tot de Urediniomycetes
5. nachtleger van kraaiachtigen
roest
- enkelvoud tegenwoordige tijd van roesten
- gebiedende wijs van roesten