roep

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • roep
enkelvoud meervoud
naamwoord roep roepen
verkleinwoord roepje roepjes

Zelfstandig naamwoord

roep m

  1. een vrij harde klank geproduceerd met stemgeluid
    De roep van die vogel klinkt door het hele dorp.
  2. faam, reputatie
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
roepen

roep

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van roepen
    Ik roep.
  2. gebiedende wijs van roepen
    Roep!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van roepen
    Roep je?