roekeloos
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- roe·ke·loos
Bijvoeglijk naamwoord
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | roekeloos | roekelozer | meest roekeloos |
| verbogen | roekeloze | roekelozere | meest roekeloze |
roekeloos
- zonder zorg over de gevolgen of het gevaar van een handeling.
- Wees toch niet zo roekeloos!
Vertalingen
1. zonder zorg over de gevolgen of het gevaar van een handeling