roekeloos
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- roe·ke·loos
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van het verouderde werkwoord roeken met het achtervoegsel -loos
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | roekeloos | roekelozer | meest roekeloos |
| verbogen | roekeloze | roekelozere | meest roekeloze |
Bijvoeglijk naamwoord
roekeloos
- zonder zorg over de gevolgen of het gevaar van een handeling
- Wees toch niet zo roekeloos!