robot
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: robot (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈro.bɔt/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈro.bɔt/
- (Limburg): /ˈro.bɔt/
Woordafbreking
- ro·bot
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | robot | robots, robotten |
| verkleinwoord | robotje | robotjes |
Zelfstandig naamwoord
robot m
- een machine die beschikt over een stoffelijke vorm ('lichaam') en een beslissingsmodel (programma).
- In de praktijk betekent het dat een robot voor verschillende producten kan worden ingezet, waar een numerieke machine slechts een (deels variabele) taak kan uitvoeren.
Zweeds
Zelfstandig naamwoord
robot g
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | robot | roboten | robotar | robotarna |
| genitief | robots | robotens | robotars | robotarnas |