rimpelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rim·pe·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rimpelen
rimpelde
gerimpeld
zwak -d volledig

Werkwoord

rimpelen

  1. plooien of golven in het oppervlak vormen
    Het stille water van de poel rimpelde door de plotselinge windvlaag.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen