rijm

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rijm
2 enkelvoud meervoud
naamwoord rijm rijmen
verkleinwoord rijmpje rijmpjes

Zelfstandig naamwoord

rijm

  1. m; rijp, aangevroren mist
  2. o; (dichtkunst) een vers waarvan een regel eindigt in een woord dat klankverwantschap vertoont met het einde van een andere regel
Vertalingen