ribbe

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rib·be
enkelvoud meervoud
naamwoord ribbe ribben
verkleinwoord ribbetje ribbetjes

Zelfstandig naamwoord

ribbe v/m

  1. (anatomie) een van de platte, dunne, boogvormige beenderen die de borstkas omsluiten
  2. (wiskunde) de lengte van een zijde van een kubus of parallellopipedum.
    De lengte van de lichaamsdiagonaal van een kubus is √3 maal de ribbe.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • rib·be
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Nederduits.
Naar frequentie 26360
vervoeging
onbepaalde wijs ribbe
tegenwoordige tijd ribber
verleden tijd ribbet
ribba
voltooid
deelwoord
ribbet
ribba
onvoltooid
deelwoord
ribbende
lijdende vorm ribbes
gebiedende wijs ribb
vervoegingsklasse Klasse 1 zwak
opmerking

Werkwoord

ribbe

  1. (overgankelijk) plukken (ontdoen van veren van een vogel)
  2. (overgankelijk) beroven, plunderen
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: ribbe en høne
een kip plukken
  • [2]: ribbe et hus
een huis plunderen
  • [2]: være ribbet for ære og anseelse
beroofd zijn van eer en goede naam

Frase

Zelfstandig naamwoord

ribbe m / v

  1. (voeding) rib, varkensrib
  2. dwarsregel
  3. rib (smalle verhoging aan de oppervlakte van een voorwerp)
Verbuiging
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: spise ribbe til middag
ribben voor de lunch eten
  • [2]: en genser med ribber
een trui met ribben


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • rib·be
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Nederduits.
vervoeging
onbepaalde wijs ribbe
ribba
tegenwoordige tijd ribbar
verleden tijd ribba
voltooid
deelwoord
ribba
onvoltooid
deelwoord
ribbande
lijdende vorm ribbast
(bijvorm): ribbas
gebiedende wijs ribb
ribbe
ribba
vervoegingsklasse Klasse 1 zwak
opmerking

Werkwoord

ribbe

  1. (overgankelijk) plukken (ontdoen van veren van een vogel)
  2. (overgankelijk) beroven, plunderen
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: ribbe ei høne
een kip plukken
  • [2]: ribbe eit hus
een huis plunderen
  • [2]: vere ribba for ære og vørdnad
beroofd zijn van eer en goede naam

Frase

  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   ribben     ribba     ribber     ribbene  

Zelfstandig naamwoord

ribbe v

  1. (voeding) rib, varkensrib
  2. dwarsregel
  3. rib (smalle verhoging aan de oppervlakte van een voorwerp)
  4. rib] (van de koeling van een motor)
  5. bergrug
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: ribbe med surkål
varkensribbetjes met zuurkool
  • [2]: hange i øvste ribba i ribbeveggen
in de bovenste dwarsregel van het klimrek hangen
  • [3]: ein genser med ribber
een trui met ribben
  • [4]: ribbene i ein kjølegrill
de ribben van de koeling van een motor
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen