rib

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rib
enkelvoud meervoud
naamwoord rib ribben
verkleinwoord ribbetje, ribje ribbetjes, ribjes

Zelfstandig naamwoord

rib v/m

  1. (anatomie) elk van de platte, boogvormige beenderen die de borstkas omsluiten
    Zijn ribben waren gebroken en hij was in levensgevaar.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen