rib
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rib
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rib | ribben |
| verkleinwoord | ribbetje, ribje | ribbetjes, ribjes |
Zelfstandig naamwoord
- (anatomie) elk van de platte, boogvormige beenderen die de borstkas omsluiten
- Zijn ribben waren gebroken en hij was in levensgevaar.