reven
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- re·ven
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| reven |
reefde |
gereefd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
reven
- (overgankelijk), (scheepvaart) (m.b.t. een zeil) het effectieve oppervlak verkleinen door samenvouwing of oprolling
- Bij het reven met een bindrif wordt het zeil met reefknuttels aan de giek geknoopt.
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- Een 1e, 2e of 3e rif steken
Het reven (1e, 2e of 3e maal)
Vertalingen
1. het effectieve oppervlak verkleinen door samenvouwing of oprolling
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| rijven |
reven
- meervoud verleden tijd van rijven
- Wij reven.
- Jullie reven.
- Zij reven.
- Wij reven.
Zelfstandig naamwoord
reven mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord reef
Noors
Woordafbreking
- re·ven
Zelfstandig naamwoord
reven, m
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van rev
Nynorsk
Woordafbreking
- re·ven
Zelfstandig naamwoord
reven, m
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van rev
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Scheepvaart in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Zelfstandig-naamwoordsvorm in het Nederlands
- Woorden in het Noors
- Zelfstandig-naamwoordsvorm in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Zelfstandig-naamwoordsvorm in het Nynorsk