retoucheren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·tou·che·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
retoucheren
retoucheerde
geretoucheerd
zwak -d volledig

Werkwoord

retoucheren

  1. wijzigingen aanbrengen aan een foto
    Hij retoucheerde de foto om de kleuren bij te stellen.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen