resterend
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- res·te·rend
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | resterend |
| verbogen | resterende |
Bijvoeglijk naamwoord
resterend
- nog aanwezig zijn
- De resterende jam werd door mijn broertje op zijn boterham gesmeerd.
Synoniemen
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| resteren |
resterend
- onvoltooid deelwoord van resteren