restant
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- res·tant
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van resteren met het achtervoegsel -ant [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | restant | restanten |
| verkleinwoord | restantje | restantjes |
Zelfstandig naamwoord
restant o
- wat is overgebleven, het overschot of overblijfsel
- wat nog niet geleverd, verricht of betaald is
restant m
- schuld die waarschijnlijk niet betaald zal worden
- achterstallige schuldenaar
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
- restantbedrag, restantbewijs, restantenboek, restantencijfer, restantenlijst, restantenopgave, restantenpartij, restantpartij, restantvoorraad, restantwaarde
Verwijzingen
Frans
Werkwoord
restant
- tegenwoordig deelwoord (participe présent) van rester