reservoir
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- re·ser·voir
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | reservoir | reservoirs |
| verkleinwoord | reservoirtje | reservoirtjes |
Zelfstandig naamwoord
reservoir o
- plaats waar water of een andere vloeistof bewaard kan worden.
- (medisch) plaats waar ziekteverwekkers zich kunnen ophopen.