repareren

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Lettergrepen
  • re·pa·re·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
repareren
repareerde
gerepareerd
zwak -d volledig

Werkwoord

repareren

  1. iets weer in werkende staat brengen.
    De auto was niet meer te repareren.

Vertalingen

Synoniemen

Antoniemen
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen
Andere talen