rem
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rem
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rem | remmen |
| verkleinwoord | remmetje | remmetjes |
Zelfstandig naamwoord
rem m
- een mechanisme dat iets vertraagt of tot stilstand brengt
- De remmen van zijn fiets waren kapot.
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een mechanisme dat iets vertraagt of tot stilstand brengt
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| remmen |
rem
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van remmen
- Ik rem.
- gebiedende wijs van remmen
- Rem!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van remmen
- Rem je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Indonesisch
Woordherkomst en -opbouw
- Het is één van de Indonesische woorden van Nederlandse oorsprong.
Zelfstandig naamwoord
rem
Werkwoord
rem