registreren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- re·gis·tre·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| registreren |
registreerde |
geregistreerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
registreren
- vastleggen in een register
- Zij zijn als samenwonend geregistreerd.
- (meten en) vastleggen met behulp van een instrument
- Een seismograaf registreert aardbevingen.
- in de geest vastleggen
- hij registreerde wat zich in zijn directe omgeving voordeed
- de registers toepassen van (een orgel)