reet
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- reet
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | reet | reten |
| verkleinwoord | reetje | reetjes |
Zelfstandig naamwoord
- (dysfemisme) kont, billen
- een (soms opengereten) spleet
- Doordat onze kat er vaak haar klauwen aan aanscherpte, zat die oude leunstoel vol reten.
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| rijten |
reet
- enkelvoud verleden tijd van rijten
- Ik reet.
- Jij reet.
- Hij, zij, het reet.
- Ik reet.