reet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • reet
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord reet reten
verkleinwoord reetje reetjes

Zelfstandig naamwoord

reet v/m

  1. (dysfemisme) kont, billen
  2. een (soms opengereten) spleet
    Doordat onze kat er vaak haar klauwen aan aanscherpte, zat die oude leunstoel vol reten.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
rijten

reet

  1. enkelvoud verleden tijd van rijten
    Ik reet.
    Jij reet.
    Hij, zij, het reet.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen