reef

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • reef

Werkwoord

vervoeging van
reven

reef

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van reven
    Ik reef.
  2. gebiedende wijs van reven
    Reef!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van reven
    Reef je?

Werkwoord

vervoeging van
rijven

reef

  1. enkelvoud verleden tijd van rijven
    Ik reef.
    Jij reef.
    Hij, zij, het reef.


Engels

Woordafbreking
  • reef
enkelvoud meervoud
reef reefs

Zelfstandig naamwoord

reef

  1. rif
  2. koraalrif


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /reːf/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

reef m

  1. zeil
  2. mast
  3. rand
  4. kanteel
  5. naad
  6. rif
Verbuiging
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen