redeneren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- re·de·ne·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| redeneren |
redeneerde |
geredeneerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
redeneren
- (inergatief) trachten een logisch samenhangend betoog te houden
- Er werd geredeneerd dat stimulering van de economie de staatsschulden nog groter zou maken.