redding
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- red·ding
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | redding | reddingen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
redding v
- het van gevaar verlost worden
- Het was zijn redding dat hij een zwemvest droeg.