rector

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rec·tor
enkelvoud meervoud
naamwoord rector rectors
rectoren
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

rector m

  1. (beroep) iemand die de bestuurlijke leiding heeft over een onderwijsinstituut
Verwante begrippen

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.